1. # Home
  2. Schaduwoorlog
  3. Artikel: Hoe bang moeten we zijn voor het Rusland van Poetin?

Artikel: Hoe bang moeten we zijn voor het Rusland van Poetin?

Dit artikel maakt deel uit van het gezamenlijke dossier over de schaduwoorlog, dat is ontwikkeld door de Atlantische Commissie en TerInfo om leerlingen bewust te maken van de dreiging van hybride oorlogsvoering. Meer artikelen en werkvormen vind je hier.

Hoewel de oorlog in Oekraïne lang niet altijd meer de voorpagina’s van de kranten haalt, woedt de strijd tussen Rusland en Oekraïne onverminderd door. Hoewel de oorlog als een ver-van-je-bed-show kan voelen, wordt Nederland er terdege door geraakt. In geografisch opzicht – Kiev ligt ongeveer even ver rijden van ons vandaan als Lissabon – maar meer nog omdat Nederland en andere Europese (NAVO-)landen Oekraïne actief steunen bij de verdediging tegen de Russische agressie. Hoewel Nederland niet zelf in militair conflict is met Rusland, zijn we wel doelwit van hybride acties in wat we ook wel ‘de schaduwoorlog’ noemen: denk aan sabotage, spionage en beïnvloeding. In dit artikel leggen we uit wat met de schaduwoorlog wordt bedoeld en richten we ons op de vraag: Hoe bang moeten we nu eigenlijk zijn voor het Rusland van president Poetin? 

Wat is het verschil tussen reguliere militaire en hybride dreiging?

Wanneer we het hebben over dreiging is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen reguliere, strikt militaire dreiging en hybride dreiging. Bij reguliere militaire dreiging gaat het om dreiging die wordt veroorzaakt door traditionele militaire middelen zoals hoeveelheden manschappen, tanks en nucleaire wapens, en om de mogelijkheid dat een ander land jouw land daadwerkelijk kan binnenvallen. Let op: hierbij geldt dat vrijwel alle landen krijgsmachten onderhouden voor hun zelfverdediging, en dat het ervaren van dreiging uiteindelijk – op zijn minst deels – een kwestie van perceptie is. Van reguliere militaire dreiging was bijvoorbeeld sprake toen Rusland in 2021 begon met een grootschalige troepenopbouw aan de grenzen met Oekraïne. Deze dreiging escaleerde toen Rusland in 2022 de volledige invasie van zijn soevereine buurland in gang zette (nadat het in 2014 al de Oekraïense Krim had geannexeerd). Lees er hier en hier meer over in de lesbrieven die de Atlantische Commissie en TerInfo destijds uitbrachten.

Van hybride dreigingen daarentegen is sprake bij activiteiten die worden uitgevoerd om met een combinatie van traditionele militaire én niet-militaire middelen een doelwit, zoals een democratie, te ondermijnen of te ontwrichten. Voorbeelden van hybride dreigingen zijn cyberaanvallen, desinformatiecampagnes, het ronselen van ‘wegwerpagenten’, sabotage van zeekabels, politieke beïnvloeding en economische dwang. Ook het in vredestijd vliegen met drones boven het grondgebied van de ander is een voorbeeld van hybride dreiging. Vaak zetten actoren een combinatie van deze acties in om hun doelen te bereiken.

Hybride dreigingen zijn niet alleen afkomstig vanuit Rusland, maar ook vanuit andere landen (zoals China of Iran) en van (cyber)criminelen en politieke activisten. Omdat Rusland momenteel echter veruit de grootste veroorzaker van hybride dreigingen in Nederland is, richten we ons in dit artikel primair op Russische activiteiten.

Omdat hybride dreigingen net onder de grens van reguliere militaire oorlogsvoering vallen en het vaak lastig te achterhalen is wie er precies achter hybride acties zit, spreken we ook wel van conflict in een grijze zone of – zoals gezegd – van schaduwoorlog.

Welke rol spelen Rusland en de oorlog in Oekraïne?

Sinds de grootschalige militaire invasie van Oekraïne door Rusland (een directe schending van het Handvest van de Verenigde Naties) in februari 2022 begon, is het uitgegroeid tot het grootste, meest dodelijke conflict op het Europese continent sinds de Tweede Wereldoorlog. Omdat Oekraïne geen lid is van het NAVO-bondgenootschap was er geen sprake van de inwerkingtreding van artikel 5 van het NAVO-verdrag, dat voorschrijft dat een aanval op één gelijkstaat aan een aanval op allen (bekijk voor meer informatie over de NAVO de lesmodule die de Atlantische Commissie en TerInfo in 2024 over het bondgenootschap ontwikkelden). Omdat Rusland met zijn invasie het internationaal recht en de Europese veiligheid serieus in het geding bracht, besloten Europese landen en de Verenigde Staten (met name onder president Biden) wel om Oekraïne gezamenlijk te steunen met financiële en militaire middelen. In Europa verslechterde de relatie tussen Nederland en andere Europese landen enerzijds en Rusland anderzijds tot een dieptepunt.

Volgens een rapport van de AIVD en MIVD, de Nederlandse inlichtingendiensten, probeert Rusland sindsdien actief om de Europese veiligheidsarchitectuur te ontwrichten. Ook de Verenigde Staten spelen een belangrijke rol in deze Europese veiligheid. Het feit dat Rusland, dat onvrede heeft over eerdere uitbreidingen van het NAVO-bondgenootschap, zich hiermee voorbereidt op een langdurige confrontatie met het Westen ‘betekent overigens niet automatisch dat Rusland de intentie heeft om een militair conflict te initiëren’, stelt het rapport.

Twee dingen die wel vaststaan, zijn dat Rusland al langer – ook vóór de oorlog in Oekraïne – hybride activiteiten inzet in Europese landen, en dat deze activiteiten sinds de oorlog in Oekraïne steeds vaker en heftiger voorkomen. De Russische president Poetin heeft er baat bij om spanning te creëren binnen en tussen Europese bondgenoten, onder andere met het doel dat de steun aan Oekraïne daardoor vermindert. Daarom kunnen we hybride Russische dreigingen zoals hack- en cyberaanvallen, drone-infiltraties, sabotage van onderzeekabels, desinformatie en inmenging in verkiezingen in Europa beschouwen als onderdeel van één en dezelfde overkoepelende strategie.

Met welke vorm van dreiging hebben we in Nederland vooral te maken?

De kans dat Russische tanks binnenkort aan de Nederlandse grenzen verschijnen, is volgens de meeste experts uitermate klein. In bijvoorbeeld de Baltische staten Letland, Estland en Litouwen ligt die zorg anders. Deze NAVO-landen, alle drie voormalige Sovjetrepublieken met aanzienlijke Russischtalige minderheden, hebben al lange tijd te maken met dreigende taal en dagelijkse hybride aanvallen vanuit Rusland. Mocht Poetin daar (of in bijvoorbeeld Polen of Finland) ooit een militaire aanval ondernemen, is Nederland via artikel 5 van het NAVO-verdrag rechtstreeks betrokken bij een militair conflict met Rusland.

Maar wanneer het aankomt op dreiging op het Nederlandse grondgebied hebben we vooral te maken met hybride dreigingen. Hoewel dergelijke dreigingen van meerdere landen en actoren afkomstig zijn, blijkt Rusland verantwoordelijk voor het grootste aandeel van deze (potentieel) ontwrichtende hybride acties. De AIVD en MIVD hebben de afgelopen jaren gerapporteerd over verschillende vormen van Russische hybride aanvallen op Nederland: van sabotage, spionage en verkenning van de Nederlandse infrastructuur tot cyberaanvallen en desinformatie. Concrete recente voorbeelden zijn spionage (en mogelijke sabotage) door Russische schepen voor de Nederlandse kust en het hacken van Whatsapp- en Signalberichten van Nederlandse ambtenaren. De Nederlandse overheid speelt op dergelijke dreigingen in door samen te werken met bondgenoten, te investeren in defensie en campagne te voeren voor een hogere weerbaarheid onder de Nederlandse bevolking. Want als het Nederlandse elektriciteits- of watersysteem buiten werking zou worden gesteld, door toedoen van Rusland óf anderszins, zijn we volgens experts gebaat bij een zo goed mogelijke voorbereiding om mogelijke schade te beperken.

Veelgestelde vragen

Wat doen Nederland en de NAVO tegen de huidige Russische dreiging en wat bedoelen we met afschrikking?

Nederland werkt nauw samen met NAVO-bondgenoten en andere landen om zich zo weerbaar mogelijk te maken tegen reguliere militaire én hybride dreigingen. Zo leert het bijvoorbeeld van Estland over digitale infrastructuur en van Oekraïne over drones. Daarnaast stimuleert de overheid burgers en bedrijven om meer bewustzijn te ontwikkelen over risico’s en om betere voorbereidingen te treffen voor als er iets misgaat. Bij elk incident worden inlichtingen uitgewisseld met bondgenoten en wordt nauwkeurig onderzocht of vast te stellen is wie er verantwoordelijk is.

Gezien het bestaan van artikel 5 van het NAVO-verdrag is het onwaarschijnlijk dat Rusland overweegt om een NAVO-land militair aan te vallen. Maar dat iets voor ons onwaarschijnlijk of onverstandig lijkt, hoeft niet te betekenen dat politieke leiders zich daar ook naar gedragen. Zo heeft Poetins oorlog in Oekraïne Rusland wereldwijd geïsoleerd, naar schatting ruim een miljoen Russische doden gekost en tot op heden niet tot een echte militaire overwinning geleid. Deze risico’s waren van tevoren bekend, maar weerhielden het Russische regime niet van een volledige invasie. Zolang de oorlog doorgaat en NAVO-landen zich actief blijven inspannen tegen de Russische agressie en oorlogseconomie, zal er spanning blijven bestaan.

Daarom hebben NAVO-landen afgelopen jaar in Den Haag besloten om meer uit te geven aan hun defensie. Het idee hierachter is dat een sterkere defensie leidt tot een betere afschrikking: door jezelf zo sterk mogelijk te maken en de mogelijke kosten van een aanval op jouw land of alliantie te vergroten (namelijk de kosten van een sterke tegenaanval), minimaliseer je de kans dat tegenstanders het risico durven nemen om daadwerkelijk tot aanvallen over te gaan.

Wat zijn mogelijke uitdagingen voor Nederland en Europa?

Maar ondanks de hogere uitgaven zijn er ook uitdagingen voor Europese NAVO-landen. Zo trekken de Verenigde Staten, veruit de machtigste NAVO-bondgenoot, hun toewijding aan het bondgenootschap steeds vaker in twijfel. Tegelijkertijd is onder president Trump ook de Amerikaanse steun aan Oekraïne flink afgenomen. Europese landen zijn ook zonder de Verenigde Staten militair sterk, maar het kost nu eenmaal veel tijd om het resultaat van nieuwe investeringen te zien en om Europese krijgsmachten beter op elkaar aan te laten sluiten. Bovenal is de NAVO gebaat bij eensgezindheid, en spanningen tussen de Trump-regering en Europese landen (die vaak onderling ook weer van mening verschillen) over bijvoorbeeld Groenland, de oorlog in Iran en handelstarieven helpen daar niet bij.

Terwijl de Europese afhankelijkheid van de Amerikanen voorlopig nog erg groot blijft, zijn er bovendien ook verschillende kanttekeningen te plaatsen bij het investeren in en produceren van meer wapens. Zo kunnen hogere defensie-uitgaven, hoe nodig dan ook, ertoe leiden dat overheden belastingen moeten verhogen of moeten bezuinigen op bijvoorbeeld zorg of onderwijs. Bij een politiek besluit over defensie spelen immers politieke afwegingen en discussies een rol, en die voltrekken zich in ieder land weer anders. In bijvoorbeeld de Baltische staten wordt de Russische dreiging veel urgenter gevoeld dan in een land als Spanje, dat tot teleurstelling van andere landen niet volledig mee wilde doen met de afspraken die NAVO-bondgenoten in 2025 maakten in Den Haag.

Kortom, terwijl militaire ontwikkelingen doorgaan, richt Rusland zich in Europa met name op voor hen ‘veiligere’ en minder risicovolle hybride dreigingen. Deze dreigingen spelen zich zoals gezegd af in ‘de schaduw’: doordat Rusland directe betrokkenheid (vaak) kan ontkennen, voelt het zich vrijer om spreekwoordelijke grenzen verder op te zoeken – met grote mogelijke consequenties voor onze veiligheid.


Meer lezen?

Meer zien?

Foto: Shutterstock

Delen op

Gerelateerde berichten