Rochine Mziri is bestuurslid van Jonge Atlantici
Zoals bij elk groot sporttoernooi gaat het ook bij het aankomende WK over meer dan alleen wat er op het veld gebeurt. Al ruim voor de aftrap is het WK in de Verenigde Staten, Canada en Mexico, door experts omschreven als “het meest politieke WK ooit”. Niet in de laatste plaats omdat voor het eerst in de geschiedenis een deelnemend land in oorlog is met het gastland.
Opiniepanel EenVandaag toonde aan dat één op de tien Nederlanders het WK om deze redenen overslaat. Dat dit WK politieker zou worden dan voorgaande edities, bleek al tijdens de loting in december. Waar de regeringsleiders van Canada en Mexico nergens te bekennen waren, nam de Amerikaanse president maar al te graag het podium. Met veel enthousiasme nam Trump, de zelfbenoemde peace president, de eerste editie van de FIFA Vredesprijs in ontvangst.
Internationale organisaties en nationale voetbalbonden dienden een klacht in bij de ethische commissie van de wereldvoetbalbond FIFA, wegens schending van principes van politieke neutraliteit. De prijsuitreiking past binnen een bredere ontwikkeling: de steeds hechtere relatie tussen FIFA-president Gianni Infantino en Trump. Trump mag dan zelf niet veel met voetbal hebben, als professioneel dealmaker snapt hij als geen ander de wereldwijde kracht van de sport. Infantino verscheen, tot verbazing van velen, zelfs bij de vredesbesprekingen over Gaza in Egypte vorig jaar.
Een week voor aanvang van het WK lanceerde mensenrechtenorganisatie FairSquare de grootste klacht tegen de FIFA ooit, gericht op het gedrag van topfunctionarissen. Sindsdien is de politieke lading rond het mondiale sportfeest alleen maar toegenomen.
Amnesty International waarschuwde recent dat de Verenigde Staten – die zouden verkeren in een mensenrechtencrisis – onvoldoende garanties kunnen bieden voor de bescherming van inwoners en supporters tijdens het toernooi. Recente ophef rond het hardhandige optreden van immigratiedienst ICE heeft die zorgen verder aangewakkerd. Critici vrezen onrechtmatige arrestaties en repressie van vreedzame protesten. Bovendien zullen de fans van meer dan een kwart van de deelnemende landen het voetbalfeest thuis moeten vieren vanwege reisbeperkingen.
Voor Iran geldt dat zelfs de voetballers en hun staf niet op Amerikaanse bodem mogen slapen; zij zullen op dezelfde dag dat ze spelen op en neer reizen vanuit buurland Mexico. Datzelfde land had eerder al te maken met importheffingen en militaire dreigingen vanuit de VS. Vooralsnog verloopt de aanloop naar dit WK dus alles behalve soepel, kan je wel zeggen.
Tegelijkertijd zou het onjuist zijn om te doen alsof politiek voor het eerst zo’n duidelijke rol in het voetbal speelt. Het WK van 2022 in Qatar werd overschaduwd door discussies over arbeidsmigranten en mensenrechten. Daarvoor was er kritiek op Rusland als organisator van het WK van 2018. Nog verder terug in de tijd vinden we talloze voorbeelden waarbij sport politieke doeleinden diende; denk aan het niet mogen deelnemen van Zuid-Afrika wegens het apartheidsregime.
Of aan Italië in 1934, toen Mussolini de organisatie van het toernooi gebruikte om de ‘morele kracht’ van zijn volk te laten zien. Voetbal zal zich altijd moeten verhouden tot de politieke werkelijkheid. Dat was zo in Qatar en Rusland en dat is nu niet anders in de Verenigde Staten. Je zou kunnen zeggen dat dit een logisch gevolg is van een evenement van deze omvang dat geld, macht en wereldleiders bij elkaar brengt.
Elk toernooi is een weerspiegeling van de staat van het gastland op dat moment. Toch is voetbal meer dan alleen een middel voor autoritaire leiders: het is emotie, patriottisme en bovenal verbinding. Het is een van de weinige momenten waarop mensen uit alle lagen van de maatschappij samen voor één team juichen. Daarom hoop ik dat de sport, die voor mij en vele anderen de belangrijkste bijzaak in het leven is, zich komende weken vooral van zijn mooiste kant mag laten zien.
